Diversische sprookjes,
Uitgeverij Elmar B.V.
Rijswijk, 1991
ISBN 9061209358
uitverkocht
Het meer was rood geworden van het bloed van alle mensen en dieren
die de zwaan al had verscheurd.
Inmiddels was de koning oud en een beetje vergeetachtig geworden.
Hij wist dat zijn tijd ten einde liep. Voor hij stierf wilde echter hij
afrekenen met dit vreselijke monster dat zich midden in zijn rijk bevond. Eigenlijk had
hij het steeds willen doen, maar het was er nooit van gekomen. Met de jaren
was zijn angst voor de zwarte zwaan gegroeid. Van een vaag onbehaaglijk
gevoel toen de zwaan grijs begon te worden tot een dagelijkse paniek
als hij aan de zwaan dacht nu die gitzwart was. En de zwaan was geen moment
uit zijn gedachten, alsof hij zelf schuld had aan het bestaan van dit monster.
De zwaan moest dus verslagen worden, maar zelf was hij te oud en te traag,
daarom besloot hij een van zijn twee zoons te sturen. Hij koos voor de oudste
die het rijk zou erven, opdat die met een heldendaad op zijn naam de troon zou
kunnen bestijgen. Zwaar bewapend trok de jongen erop uit.