Kind van twee Heksen
Uitgeverij Elmar B.V.
Rijswijk, 1996
ISBN 90389 05009
met Illustraties
van Dirkje Kuik
De volgende middag zaten alle kinderen in de gymzaal te wachten op
het verschijnen van de goedheiligman. Er werden liedjes gezongen en
de stemming zat er goed in. Juist op het moment dat de juf zei dat het
niet lang meer kon duren ging de deur open, en daar stond de bisschop
in vol ornaat. Een stokoude man met een rechte rug en een baard die
ongetwijfeld echt was. Alleen: hij had geen zwarte Pieten bij zich. Hij
keek wat verdwaald om zich heen. Op aandringen van meester
Bouwman zetten de kinderen een nieuw lied in: 'hoor de wind waait
door de bomen...'
De goedheiligman luisterde beleefd naar het lied. Daarna viel er een
kleine stilte. Half voor zichzelf nam hij de tekst nog eens door, alsof
die hem geheel nieuw voorkwam: "Hoor de wind waait door de bomen?
Ik ben oud maar niet doof. Natuurlijk waait de wind door de bomen.
Maar wat heeft dat ermee te maken? En dan: 'zou de goede Sint wel
komen'. Zijn er dan ook verkeerde Sinten? Heb ik nooit van gehoord."
Terwijl hij zo voor zich uit mompelde overlegden de juf en meester
Bouwman. De meester nam het woord.