Kind van twee Heksen
Uitgeverij Elmar B.V.
Rijswijk, 1996
ISBN 90389 05009
met Illustraties
van Dirkje Kuik
Ze toverden alleen als ze zeker wisten dat niemand er achter zou
komen, dus dat was meestal binnenskamers. De mensen in de flat
zouden het immers geen prettig idee vinden dat al die toverkracht zo
dicht in de buurt woonde.
Deze twee heksen wilden dolgraag een kindje. Nu was dat niet
eenvoudig, want kinderen krijgen is nog iets heel anders dan toveren.
Na lang praten besloten ze een kindje te stelen. Het moest een meisje
zijn, en ze zouden het Sonnetina noemen. Het moest ravezwarte ogen
hebben, een spitse neus, en vooral ook: lange vingertjes. Dat vonden
ze allebei het mooist. Op een zaterdagmiddag gingen ze naar de
kraamafdeling van het plaatselijke ziekenhuis om hun kindje te halen.
"Laten we deze maar nemen," zei Villanel bij de eerste baby die ze zag;
ze had het kind al bijna in haar boodschappentas getoverd.
"Wacht nou even," zei Triolet. "Deze heeft blauwe ogen. Bovendien
hadden we afgesproken dat we er eentje van een tweeling zouden
nemen, anders is het zo zielig voor de moeder."